ECLI:NL:PHR:2011:BP9040

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01817
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:256 BWArt. 1:262 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang bij verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Gravenhage die de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kinderen en de machtiging tot uithuisplaatsing bevestigde. De rechtbank had de ondertoezichtstelling en de machtiging verlengd voor de periode van 29 juli 2009 tot 1 juli 2010, met behoud van de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming namens Bureau Jeugdzorg Haaglanden.

De moeder verzocht tevens om vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing die de contacten tussen haar en de kinderen beperkte, maar dit verzoek werd afgewezen. Hoewel de moeder tijdig cassatieberoep instelde, heeft de wederpartij geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens gebrek aan belang, omdat de geldigheidsduur van de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing op 1 juli 2010 is verstreken. Hiermee is het geschil feitelijk komen te vervallen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang omdat de verlengingsperiode is verstreken.

Conclusie

10/01817
mr. De Vries Lentsch-Kostense
Parket 14 maart 2011
Conclusie inzake
[De moeder]
tegen
Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming optredende namens Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden
1. In deze zaak wordt in cassatie opgekomen tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Gravenhage van 3 februari 2010 waarin het hof de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 juli 2009 heeft bekrachtigd voor zover aan zijn oordeel onderworpen. In genoemde beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1993 en [kind 2], geboren op [geboortedatum] 1997, kinderen van verzoekster tot cassatie (verder: de moeder) verlengd met ingang van 29 juli 2009 tot 1 juli 2010, met behoud van de SGJ, namens BJZ, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg. Voorts heeft zij de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor dezelfde periode. Tevens heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de (fictieve) schriftelijke aanwijzing, inhoudende een beperking van de contacten tussen de moeder en de minderjarigen voor de duur van de uithuisplaatsing, afgewezen.
2. De moeder heeft - tijdig - cassatieberoep ingesteld. Verweerster in cassatie heeft geen verweerschrift ingediend.
3. Aangezien de geldigheidsduur van de verlenging van de ondertoezichtstelling en die van de machtiging tot uithuisplaatsing reeds op 1 juli 2010 is verstreken, heeft de moeder geen belang meer bij haar cassatieberoep, zodat dit beroep wegens gebrek aan belang dient te worden verworpen. Zie HR 9 juli 2010, LJN BM2337 en HR 8 oktober 2010, LJN BN1396.
Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden