ECLI:NL:PHR:2011:BP9356
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor illegale uitvoer van plastic afval naar China in strijd met EVOA
De zaak betreft een economische strafzaak waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van artikel 26, eerste lid, van Verordening (EEG) nr. 259/93 (EVOA) door plastic afvalstoffen zonder voorafgaande inspectie door de CCIC naar China te exporteren.
De verdediging voerde aan dat de afvalstoffen niet naar China maar naar Hong Kong werden uitgevoerd, waar geen CCIC-inspectie vereist is. Dit verweer werd door het hof verworpen op basis van bewijsstukken zoals een factuur gericht aan een Chinees bedrijf, een e-mail waarin werd vermeld dat de container na aankomst in Hong Kong naar China zou worden gebracht, en de aangifte uitvoer die China als bestemming vermeldde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom het de factuur en e-mail als bewijs gebruikte en waarom het oordeel dat China de staat van bestemming was niet onbegrijpelijk is. De stelling dat Hong Kong de bestemming was, werd onvoldoende onderbouwd en het hof mocht het bewijs waarderen zoals gedaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het opzettelijk overtreden van de EVOA bij export van plastic afval naar China zonder vereiste inspectie.