ECLI:NL:PHR:2011:BP9406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijs en procedurele regels bij mishandeling levensgezel
Op 23 september 2007 mishandelde verdachte zijn levensgezel door haar met kracht te duwen en te stompen, waardoor zij letsel opliep. Het hof verklaarde dit bewezen op basis van verklaringen van verdachte, het slachtoffer en opsporingsambtenaren, alsmede medische bevindingen.
Verdachte stelde in hoger beroep dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren en dat het hof ten onrechte geen beslissing had genomen op een verzoek tot het horen van de aangeefster als getuige, gedaan bij appelschriftuur. De Hoge Raad verwierp deze middelen. Het hof had het bewezenverklaarde terecht afgeleid uit de bewijsmiddelen, ondanks dat het slachtoffer haar aangifte later wilde intrekken.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de rechter niet gehouden is te beslissen over een bij appelschriftuur gedaan getuigenverzoek zonder dat dit verzoek ter terechtzitting is herhaald. Dit volgt uit art. 287 lid 3 sub a Sv Pro. Het ontbreken van rechtsbijstand bij verdachte maakt dit niet anders. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens mishandeling blijft in stand.