ECLI:NL:PHR:2011:BP9412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beklag teruggave inbeslaggenomen geldbedrag wegens ontbreken rechthebbende
Op 21 februari 2009 werd een geldbedrag van €100.715,00 in beslag genomen onder betrokkene. Klager stelde dat hij rechthebbende was van het bedrag, omdat hij het aan zijn neef had gegeven voor een aankoop die niet doorging. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond, omdat klager niet buiten redelijke twijfel kon aantonen dat hij rechthebbende was.
De rechtbank overwoog dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzette indien het beslag op grond van art. 94 Sv Pro was gelegd, en dat bij beslag op grond van art. 94a Sv niet was komen vast te staan dat klager rechthebbende was. Klager voerde tegenstrijdige stellingen aan en leverde onvoldoende bewijs over de herkomst en het vervoer van het geld.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechter het verzoek om teruggave moet afwijzen indien de verzoeker niet als rechthebbende kan worden aangemerkt, ook als het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen teruggave. De klacht faalde en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het beklag tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag wordt afgewezen omdat klager niet als rechthebbende kan worden aangemerkt.