ECLI:NL:PHR:2011:BP9442

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01590
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur houdende middelen

Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag en subsidiair mishandeling met voorbedachte raad, gepleegd tegen zijn kind. Tegen dit arrest stelde de advocaat van verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De aanzegging van het cassatieberoep vond rechtsgeldig plaats op 12 mei 2010. De termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie verstreek op 12 juli 2010. Namens verdachte werden echter geen schriftuur houdende middelen ingediend binnen deze wettelijke termijn.

Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan verdachte daardoor niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep. Deze zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin vergelijkbare conclusies zijn getrokken.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 10/01590
Mr. Machielse
Zitting 15 maart 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 wegens 1. primair "medeplegen van doodslag" en 2. subsidiair tweede cumulatief/alternatief "mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
2. Mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, heeft beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 12 mei 2010 rechtsgeldig betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden verstreek op 12 juli 2010. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met 10/00444 ([medeverdachte 1]), 10/00470 ([medeverdachte 5]), 10/00540 ([medeverdachte 2]) en 10/01588 ([medeverdachte 3]) waarin ik vandaag ook concludeer.