ECLI:NL:PHR:2011:BP9442
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur houdende middelen
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag en subsidiair mishandeling met voorbedachte raad, gepleegd tegen zijn kind. Tegen dit arrest stelde de advocaat van verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De aanzegging van het cassatieberoep vond rechtsgeldig plaats op 12 mei 2010. De termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie verstreek op 12 juli 2010. Namens verdachte werden echter geen schriftuur houdende middelen ingediend binnen deze wettelijke termijn.
Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan verdachte daardoor niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep. Deze zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin vergelijkbare conclusies zijn getrokken.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.