ECLI:NL:PHR:2011:BP9860
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie afgewezen wegens grievend gedrag en verlies van lotsverbondenheid
De vrouw en de man waren gehuwd en zijn in 2009 gescheiden. De vrouw vorderde partneralimentatie, maar de man stelde dat de vrouw zich grievend jegens hem had gedragen, waardoor hij niet tot betaling gehouden kon worden. Het hof stelde vast dat de vrouw met haar acties de man in een kwaad daglicht stelde en ook derden, waaronder de werkgever van de man, bij het geschil betrok. Dit gedrag werd als zeer grievend beoordeeld.
De vrouw stelde dat de man documenten had vervalst, maar zij leverde geen concreet tegenbewijs. Het hof wees haar aanbod tot tegenbewijs af omdat dit onvoldoende concreet was gemaakt, hetgeen door de Hoge Raad niet onjuist werd bevonden. Het hof oordeelde dat de man zijn stelling over grievend gedrag voldoende had onderbouwd en dat de vrouw deze onvoldoende had weersproken.
Het hof baseerde de afwijzing van partneralimentatie op het criterium dat de onderhoudsverplichting is gebaseerd op lotsverbondenheid, die verloren kan gaan door grievend gedrag. De Hoge Raad bevestigde dat dit criterium rechtens juist is en dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd. Het cassatieberoep van de vrouw werd verworpen.
Uitkomst: De partneralimentatie aan de vrouw wordt afgewezen wegens grievend gedrag en het verlies van lotsverbondenheid.