ECLI:NL:PHR:2011:BP9861
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad en strafvorderlijke maatregelen
Eiser vorderde schadevergoeding van de Staat wegens vermeende onrechtmatige overheidsdaad en onrechtmatige toepassing van strafvorderlijke maatregelen tijdens een zaak waarin hij betrokken was bij de teruggave van gestolen schilderijen. Hij stelde dat hij een undercover-figuur was, hetgeen door het hof niet werd aangenomen. Het hof oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij als infiltrant handelde, mede omdat hij een vergoeding wilde ontvangen en niet de politie inschakelde.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat eiser niet als undercover-figuur kon worden beschouwd en dat de vordering op die grond afwijzing vond. Daarnaast achtte het hof het niet aannemelijk dat eiser bedreigingen had ondervonden vanwege zijn contacten met anderen die de schilderijen in bezit hadden. De Hoge Raad vond de feitenwaardering van het hof begrijpelijk en onttrokken aan cassatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep moest worden verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro. Daarmee bleef het arrest van het hof in stand, waarbij de vordering van eiser werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.