ECLI:NL:PHR:2011:BP9874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belang bij hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking ondanks inschrijving in registers
Partijen zijn gehuwd en de vrouw verzocht de echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder alimentatie. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en legde alimentatieverplichting op aan de man. De man stelde hoger beroep in, gericht tegen de alimentatie en uitdrukkelijk ook tegen de echtscheiding. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep tegen de echtscheiding was gericht, omdat de echtscheidingsbeschikking reeds was ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De Hoge Raad stelde vast dat de inschrijving in de registers slechts kan plaatsvinden nadat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Het hof had ten onrechte aangenomen dat de man geen belang meer had bij het hoger beroep tegen de echtscheiding. De Hoge Raad verwierp het verweer van berusting van de man en oordeelde dat het belang van de man bij het hoger beroep niet verloren was gegaan door de inschrijving.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de draagkracht van de man voor alimentatie. Het hof had de inkomensvermindering door het opzeggen van een van zijn banen niet meegerekend, omdat van de man niet redelijkerwijs kon worden verlangd twee fulltime banen te behouden. Wel oordeelde het hof dat de man zich niet had mogen beperken in uren bij zijn andere baan zonder noodzaak. De Hoge Raad bevestigde deze motivering en verwierp klachten van de man over het oordeel van het hof.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Het incidenteel cassatieberoep van de vrouw werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak terug vanwege onjuistheid over belang bij hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking.