ECLI:NL:PHR:2011:BQ0132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openlijk in vereniging plegen van geweld door significante bijdrage zonder zelf geweld te plegen
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen twee slachtoffers in Rijswijk in de periode van juli 2007 tot januari 2008. De verdachte leverde volgens het hof een voldoende significante bijdrage door het versturen van sms-berichten waarmee zij medeverdachten informeerde over de locatie van de slachtoffers, terwijl zij wist dat deze dan mishandeld zouden worden. Daarnaast was zij meermalen aanwezig bij de mishandelingen, moedigde zij de daders aan door mee te lachen en stookte zij de anderen op.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat zij geen wezenlijke bijdrage had geleverd omdat zij zelf geen geweldshandelingen had verricht en het enkel aanwezig zijn en informeren onvoldoende zou zijn. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat ook niet-gewelddadige handelingen zoals informeren en aanmoedigen kunnen kwalificeren als een significante bijdrage aan het geweld.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat aanwezigheid alleen niet voldoende is, maar een bijdrage die niet noodzakelijk gewelddadig hoeft te zijn wel. De klacht van de verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom lachen als aanmoediging geldt, werd eveneens verworpen omdat het hof dit in samenhang met andere gedragingen heeft beoordeeld.
De Hoge Raad constateerde wel een overschrijding van de redelijke termijn, maar achtte dit niet reden voor vernietiging of strafvermindering gezien de opgelegde straf. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor openlijk in vereniging plegen van geweld wegens een significante bijdrage zonder zelf geweld te plegen.