ECLI:NL:PHR:2011:BQ0499

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00424
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FwArt. 351 lid 5 FwArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving sollicitatieplicht ondanks psychische problematiek

De rechtbank Almelo heeft op voordracht van de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling van verzoeker beëindigd wegens het niet nakomen van de sollicitatieplicht, een voorwaarde voor sanering. Verzoeker ging in hoger beroep bij het hof Arnhem, dat het vonnis bevestigde. Verzoeker stelde in cassatie dat hij door psychische problematiek arbeidsongeschikt is en daarom niet aan de inspanningsverplichting kon voldoen.

De Hoge Raad overweegt dat van schuldenaren wordt verwacht zich maximaal in te spannen om inkomsten te verwerven, ook als zij om medische redenen arbeid niet kunnen verrichten. Zij moeten zich inspannen om weer arbeidsgeschikt te worden. Het hof heeft niet geoordeeld dat verzoeker niet wil voldoen, maar dat hij onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet kan voldoen aan zijn verplichtingen.

Omdat geen actueel psychologisch onderzoek beschikbaar was en de medische verklaringen niet recent of concreet waren, kon niet worden vastgesteld dat verzoeker niet aan zijn sollicitatieplicht kon voldoen. Ook de bijzondere omstandigheden van verzoeker als vluchteling met posttraumatisch stresssyndroom werden meegewogen, maar boden geen rechtvaardiging voor het niet nakomen van de verplichtingen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van de sollicitatieplicht ondanks psychische problematiek.

Conclusie

11/00424
Mr. L. Timmerman
Parket: 1 april 2011
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
verzoeker tot cassatie
Verkorte conclusie
1 Bij vonnis van 14 december 2010 heeft de rechtbank Almelo op voordracht van de rechter-commissaris de sinds 13 oktober 2009 ten aanzien van [verzoeker] van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling beëindigd omdat [verzoeker] niet bereid is de verplichtingen die als voorwaarde voor sanering worden gesteld, na te komen.
2 [Verzoeker] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het hof te Arnhem. Het hof heeft de zaak ter zitting van 13 januari 2011 behandeld. Bij arrest van 20 januari 2011 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
3 Tegen dit arrest heeft [verzoeker] tijdig(1) beroep in cassatie ingesteld. Bij brief van 14 februari 2011 heeft de advocaat van [verzoeker] een verklaring van de huisarts van [verzoeker] overgelegd.
4 Het verzoekschrift bevat één middel. Het middel komt op tegen rov. 3 waarin het hof heeft overwogen dat [verzoeker] de sollicitatieverplichting niet is nagekomen en ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is (geweest) aan zijn inspanningsverplichtingen te voldoen. Om die reden is er volgens het hof voldoende grond om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Het middel klaagt dat uit de overgelegde rapporten kan worden afgeleid dat [verzoeker] arbeidsongeschikt is en hij niet kan voldoen aan de inspanningsverplichting wegens zijn psychische problematiek. Het arrest van het hof is volgens het middel dan ook met onvoldoende redenen omkleed om de conclusie te dragen dat [verzoeker] niet wil voldoen aan zijn inspanningsverplichting terwijl interpretatie van de rapporten slechts de conclusie toelaat dat hij dat niet kan.
5 Van personen ten aanzien van wie de schuldsanering is uitgesproken mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen (art. 350 lid Pro c Fw). Van de schuldenaar wordt dus ook verwacht dat hij zich zoveel mogelijk inspant om inkomsten te verwerven waarmee de schuldeisers kunnen worden voldaan(2). De rechter-commissaris kan een schuldenaar een ontheffing geven van de sollicitatieplicht onder andere wanneer de schuldenaar om medische redenen niet in staat is arbeid te verrichten. Dit betekent niet dat deze schuldenaar daarmee niet aan zijn inspanningsverplichting hoeft te voldoen. Van zo'n schuldenaar wordt verwacht dat hij zich inspant om weer arbeidsgeschikt te worden, waardoor hij kan gaan solliciteren om aan het werk te gaan. In de onderhavige zaak staat vast dat [verzoeker] psychische problemen heeft. Het hof heeft - anders dan het middel stelt - niet geoordeeld dat [verzoeker] niet aan zijn inspanningsverplichting wil voldoen, maar geoordeeld dat [verzoeker] niet heeft aangetoond dat hij daaraan niet kan voldoen. In zoverre faalt het onderdeel. Doordat er geen psychologisch onderzoek heeft kunnen plaatsvinden door de arbeidsmedisch adviseur van [A], kan de vraag naar de aard en de ernst van de psychische problemen van [verzoeker] en de vraag of hij het traject naar reguliere arbeid aankan en of op hem een urenbeperking van meer dan 35% van toepassing is niet worden beantwoord. Anders dan waar het middel vanuit gaat volgt uit het rapport dan ook niet dat [verzoeker] niet aan zijn inspanningsverplichting kan voldoen. [Verzoeker] heeft zelf ook geen recente medische verklaringen overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat is om aan zijn inspanningsverplichting te voldoen. De verklaring van [B] (productie 2) is van 2005 en uit de in cassatie overgelegde verklaring van de huisarts blijkt niet wanneer [B] een onderzoek heeft verricht en dat [verzoeker] niet in staat is om te solliciteren. Het oordeel van het hof is dan ook niet onbegrijpelijk zodat dit gedeelte van het middel faalt.
6 Ook wordt geklaagd dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat er van bijzondere omstandigheden geen sprake was. Het hof had volgens het middel rekening moeten houden met het feit dat [verzoeker] een vluchteling is die in het land van herkomst een posttraumatisch stresssyndroom heeft opgelopen en pas sinds kort een verblijfstitel heeft gekregen. Dit middelonderdeel faalt. Uit rov. 3.1 volgt dat het hof deze omstandigheden heeft meegenomen in de beoordeling. De omstandigheden zijn geen rechtvaardiging voor het feit dat [verzoeker] niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. Het oordeel van het hof is dan ook niet onbegrijpelijk.
7 Ik concludeer tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Het verzoekschrift is per fax ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 28 januari 2011, overeenkomstig de in art. 351 lid 5 Fw Pro genoemde cassatietermijn van 8 dagen. Het originele exemplaar is op 31 januari 2011 ontvangen.
2 Wessels Insolventierecht IX, par. 9371f en 9371g. Uit de jurisprudentie volgt dat het niet voldoen aan de sollicitatieplicht kan leiden tot beëindiging van de schuldsaneringregeling. Zie o.a.: HR 10 september 2010, LJN: BM7809; HR 22 december 2009, LJN: BK3576; HR 27 november 2009, LJN: BJ9941, RvdW 2009, 1416; HR 30 oktober 2009, LJN: BJ7840, RvdW 2009, 1276 en HR 11 juli 2008, LJN: BD3132, RvdW 2008, 745.