ECLI:NL:PHR:2011:BQ0518
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Behoeftigheid en partneralimentatie na echtscheiding tussen echtelieden van Armeense nationaliteit
De zaak betreft een geschil tussen echtelieden van Armeense nationaliteit over partneralimentatie na hun echtscheiding. De vrouw vorderde alimentatie, waarop de rechtbank Rotterdam een hoge alimentatie vaststelde, maar het hof Den Haag verlaagde deze aanzienlijk na een hoger beroep van de man en incidenteel appel van de vrouw. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof.
De Hoge Raad beoordeelde de motiveringen van het hof met betrekking tot de behoefte en behoeftigheid van de vrouw. Het hof had geoordeeld dat de vrouw, ondanks haar leeftijd en de tijd sinds het uiteengaan, enige verdiencapaciteit heeft en dat zij zich actiever had moeten opstellen om werk te vinden. De vrouw werd een verdiencapaciteit van €600 netto per maand toegerekend.
De klachten van de vrouw over het oordeel van het hof werden verworpen, omdat zij onvoldoende concreet onderbouwd waren en het hof zijn feitenbeoordeling niet onbegrijpelijk had gemaakt. Ook werd vastgesteld dat de vrouw onvoldoende had aangetoond wat de welstand tijdens het huwelijk was en dat de man voldoende draagkracht had, mede door het ontbreken van recente financiële gegevens.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep verworpen moet worden, waarmee het oordeel van het hof standhoudt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen, waarmee het hof-oordeel over de partneralimentatie en verdiencapaciteit standhoudt.