ECLI:NL:PHR:2011:BQ0528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid LBIO tot inning en executie van gewijzigde kinderalimentatie en opslagkosten
Deze zaak betreft de bevoegdheid van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) om kinderalimentatie en bijbehorende opslagkosten te innen en executoriaal beslag te leggen na wijziging van de alimentatiebeschikking met terugwerkende kracht.
De man en vrouw zijn gescheiden, waarbij bij beschikking van 15 augustus 2001 kinderalimentatie werd vastgesteld. Later is deze alimentatie bij beschikking van 7 oktober 2005 met terugwerkende kracht gewijzigd. Het LBIO nam de inning van de alimentatie over en legde executoriaal beslag uit kracht van de oorspronkelijke beschikking, inclusief opslag- en executiekosten.
De man stelde dat het LBIO na de wijziging niet meer bevoegd was de oorspronkelijke beschikking ten uitvoer te leggen en dat de beslaglegging onrechtmatig was. De rechtbank en het hof oordeelden dat het LBIO na de wijziging de oorspronkelijke beschikking niet meer kon executeren en dat de beslaglegging onrechtmatig was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het LBIO de gewijzigde beschikking moet gebruiken voor invordering en executie van alimentatie en kosten, en dat opslagkosten en executiekosten niet kunnen worden geïncasseerd op basis van een niet meer geldige oorspronkelijke beschikking.
Uitkomst: Het LBIO mag na wijziging van de alimentatiebeschikking niet meer executoriaal beslag leggen uit kracht van de oorspronkelijke beschikking; eerdere beslagen zijn onrechtmatig en moeten worden opgeheven.