ECLI:NL:PHR:2011:BQ0529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gevolgen onregelmatige opzegging van een door Duits recht beheerste arbeidsovereenkomst
Deze zaak betreft de gevolgen van de onregelmatige opzegging door de werkgever van een arbeidsovereenkomst die onder Duits recht valt. De werkgever stelde cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig beëindigde op 30 maart 2006 en de werkgever veroordeelde tot betaling van loon vanaf 31 maart 2003.
Het hof baseerde zich onder meer op een deskundigenrapport van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) over Duits recht, maar gaf een eigen uitleg aan dat recht. De werkgever klaagde dat het hof zonder voldoende motivering van het rapport was afgeweken en dat het oordeel over de Duitse conversieregeling onjuist was.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden, onder meer omdat toetsing van de juiste inhoud van vreemd recht in cassatie is uitgesloten. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro, zodat het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.