ECLI:NL:PHR:2011:BQ0594
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbitraal vonnis wegens niet-toepassing wettelijke rente niet toegestaan
In deze zaak heeft Maasmond cassatie ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Utrecht, waarin haar vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis werd afgewezen. Het geschil betreft de vraag of het rentefixum van art. 6:119 BW Pro als een openbare orde bepaling kan worden aangemerkt, zodat het buiten toepassing laten daarvan door arbiters leidt tot vernietiging van het arbitraal vonnis op grond van art. 1065 lid 1 onder Pro e Rv.
Maasmond leverde plastic landbouwfolie aan verweerder, die schade leed door defecten aan de folie. Partijen stemden in met arbitrage. De arbiters veroordeelden Maasmond tot schadevergoeding zonder toepassing van het rentefixum van art. 6:119 BW Pro. Maasmond stelde dat dit rentefixum dwingend recht en openbare orde is, en dat het arbitraal vonnis daarom vernietigd moest worden.
De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat art. 6:119 BW Pro niet van dwingend recht is en niet van zodanig fundamenteel karakter dat het buiten toepassing laten daarvan strijd oplevert met de openbare orde. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt de terughoudendheid die moet worden betracht bij vernietiging van arbitrale vonnissen. Het rentefixum is een wettelijke regeling ter vereenvoudiging van schadevergoeding bij verzuim, maar vormt geen fundamenteel rechtsbeginsel met openbare orde karakter.
De Hoge Raad wijst ook het argument af dat het rentefixum gelijkgesteld kan worden met fundamentele unierechtelijke bepalingen die wel openbare orde zijn. De conclusie is dat het beroep van Maasmond wordt verworpen en het arbitraal vonnis in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arbitraal vonnis blijft in stand zonder toepassing van het rentefixum van artikel 6:119 BW.