ECLI:NL:PHR:2011:BQ0767

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01395
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 365a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling diefstal door twee of meer verenigde personen met braak en inklimming

Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens meerdere feiten van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf werd verkregen door braak en inklimming. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal onder dezelfde omstandigheden.

Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat het hof niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn het verkorte arrest met bewijsmiddelen had aangevuld. De Hoge Raad constateerde dat deze termijn inderdaad was overschreden, maar dat de wet geen sanctie verbindt aan het niet naleven van deze termijn.

De Hoge Raad vond geen gronden om het bestreden arrest te vernietigen en wees het cassatieberoep af. Hiermee bleef de veroordeling van verdachte tot 18 maanden gevangenisstraf in stand.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bevatte een verwijzing naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de termijnoverschrijding geen vernietigingsgrond oplevert.

De zaak betreft een samenhang met een andere zaak (nummer 10/04121), maar deze conclusie betreft uitsluitend de zaak met nummer 10/01395.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 10/01395
Mr. Vellinga
Zitting: 22 maart 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens 1,2 en 3, telkens "Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" en 4. "Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Voorts bevat het arrest enige bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/01395 en 10/04121. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat het Hof niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn het verkorte arrest met bewijsmiddelen heeft aangevuld.
5. Namens verdachte is op 25 februari 2010 beroep in cassatie ingesteld. De aanvulling met bewijsmiddelen is op 19 augustus 2010 door de oudste raadsheer ondertekend. Dit brengt mee dat de termijn als bedoeld in art. 365a, tweede en derde lid, Sv is overschreden. De wet stelt echter geen sanctie op de niet nakoming van die termijn.(1)
6. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 24 maart 1998, NJ 1998, 557 en HR 21 september 1999, NJ 1999, 786.