ECLI:NL:PHR:2011:BQ0832
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voor opzet invoer cocaïne
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld tot 46 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod op invoer van cocaïne. Het Hof achtte de verklaringen van verdachte ongeloofwaardig en concludeerde dat hij opzet had op de invoer van de drugs. Verdachte voerde onder meer aan dat hij in paniek handelde vanwege de medische toestand van zijn vriendin en dat derden misbruik maakten van zijn vertrouwen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de ongeloofwaardigheid van de verklaringen niet op andere bewijsmiddelen had gebaseerd, maar louter op de inhoud van die verklaringen zelf. Volgens vaste rechtspraak is het gebruik van een leugenachtige verklaring als bewijs alleen toegestaan indien dit wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Dit ontbrak hier, waardoor het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd was.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad andere middelen van cassatie, waaronder bewijsuitsluiting wegens schending van het zwijgrecht en het ontbreken van bijstand van een raadsman tijdens verhoor, omdat het Hof deze verweren gemotiveerd had beoordeeld en geen onrechtmatigheden had vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.