ECLI:NL:PHR:2011:BQ0839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring straatroven en DNA-bewijs ondanks procedurele bezwaren
Op 18 maart 2009 pleegde verdachte twee straatroven in Almere waarbij mobiele telefoons, een portemonnee en geld werden weggenomen onder bedreiging met een mes. Kort na de feiten werd verdachte aangehouden met de gestolen goederen in zijn bezit. Het hof achtte bewezen dat verdachte deze goederen wederrechtelijk had toe-eigend, mede gelet op het ontbreken van een aannemelijke alternatieve verklaring en het tijdsverloop tussen de feiten en aanhouding.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld op 12 december 2008, waarbij DNA-bewijs van sporen op zijn handen werd ingezet. De verdediging voerde aan dat het DNA-bewijs onbetrouwbaar was vanwege ontbrekende sluit- en identiteitszegels en onzorgvuldige bemonstering, maar het hof verwierp deze bezwaren. De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van de identiteitszegels in het proces-verbaal niet leidde tot schending van de belangen van verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven door de bewezenverklaring te baseren op het bezit van gestolen goederen kort na de feiten en het DNA-bewijs. Ook de bezwaren over getuigenverklaringen en herkenning werden onvoldoende geacht om de bewezenverklaring te ondermijnen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor straatroven en poging tot diefstal met geweld blijft in stand.