ECLI:NL:PHR:2011:BQ1693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en dwaling bij koop onroerend goed met asbesthoudend dak
In deze zaak stond centraal of de aanwezigheid van asbest in het dak van een woning een beroep op dwaling rechtvaardigde en of de verkoper aansprakelijk was voor gedragingen van de makelaar. De woning werd verkocht zonder melding van asbest in het dak, terwijl de verkoper wel wist van asbest in de loods. De koper ontdekte later de aanwezigheid van asbest en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk in het voordeel van de koper, maar het hof vernietigde dit voor zover het asbest in het dak van de woning betrof. Het hof stelde dat de makelaar niet als vertegenwoordiger van de verkoper kon worden gezien en dat de kennis van de makelaar niet aan de verkoper kon worden toegerekend. Tevens oordeelde het hof dat de koper een onderzoeksplicht had en dat de mededelingen van de verkoper over de afwezigheid van asbest geclausuleerd waren, waardoor de koper niet zonder meer op de afwezigheid mocht vertrouwen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, waarbij werd benadrukt dat de makelaar slechts feitelijke handelingen verrichtte en niet als vertegenwoordiger optrad. Ook werd bevestigd dat de koper niet mocht afgaan op een niet-expliciete mededeling en dat het risico van asbest in het dak voor rekening van de koper bleef. De klachten van de koper werden verworpen, waarmee het beroep op dwaling en aansprakelijkheid faalde.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de koper wordt verworpen; de verkoper is niet aansprakelijk voor het asbest in het dak van de woning.