ECLI:NL:PHR:2011:BQ2801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling van gemeenschappelijke goederen en kosten deskundige bij echtscheiding
De man stelde cassatieberoep in tegen twee beschikkingen van het gerechtshof Den Haag in een zaak over de verdeling van gemeenschappelijke goederen na echtscheiding. Het hof had een deskundigenbericht gelast en bepaald dat de man een voorschot van €59.500,- moest storten voor de kosten van de deskundige. Later verklaarde het hof het hoger beroep van beide partijen niet-ontvankelijk nadat het hoger beroep werd ingetrokken, stelde de vergoeding van de deskundige vast op €6.098,75 en betaalde dit bedrag ten laste van het voorschot.
De man klaagde dat de deskundige geen werkzaamheden had verricht omdat geen regiezitting had plaatsgevonden, dat de kosten van eventueel verricht vooronderzoek niet op zijn verzoek waren gemaakt en dat het hof een verrassingsbeslissing had genomen zonder partijen hierover te informeren. De vrouw diende geen verweerschrift in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de man niet ontvankelijk was in zijn beroep tegen de beschikking van 29 juli 2009, en dat de klachten tegen de beschikking van 13 januari 2010 niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad wees erop dat partijen gezamenlijk hadden bevestigd dat de man de kosten van de deskundige zou dragen en dat het hof de kosten terecht ten laste van de man had gebracht. Er was geen sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk voor het deel tegen de beschikking van 29 juli 2009 en wordt afgewezen voor het deel tegen de beschikking van 13 januari 2010.