ECLI:NL:PHR:2011:BQ2802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid beroep op ontbindende voorwaarde en verschuldigdheid contractuele boete bij koopovereenkomst woning
In deze zaak gaat het om de vraag of kopers tijdig beroep hebben gedaan op een ontbindende voorwaarde in een koopovereenkomst van een woning en of zij de contractuele boete verschuldigd zijn. Partijen sloten medio augustus 2006 een koopovereenkomst, met daarin een ontbindende voorwaarde voor de verkoop van de eigen woning van de kopers, met een uiterste beroepstermijn van 15 november 2006.
De kopers stelden dat een termijn van drie maanden was overeengekomen die pas op 1 december 2006 zou eindigen en probeerden de termijn te verlengen. De verkopers ontbonden de overeenkomst en vorderden betaling van de contractuele boete van € 42.000,-. De rechtbank matigde de boete, maar het hof herstelde de volledige boete en oordeelde dat de termijn van 15 november 2006 de juiste einddatum was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de termijn in het contract helder was en dat de kopers niet mochten bewijzen dat een andere termijn was overeengekomen. Ook werd geoordeeld dat het beroep op de ontbindende voorwaarde tijdig moest zijn gedaan binnen de contractuele termijn. Het cassatieberoep van de kopers werd verworpen, waarmee de volledige boete verschuldigd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de volledige contractuele boete van € 42.000 blijft verschuldigd.