ECLI:NL:PHR:2011:BQ2812
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot verhoging kinderalimentatie wegens onvoldoende onderbouwing wijziging behoefte en draagkracht
De moeder verzocht bij de rechtbank om verhoging van de kinderalimentatie van €150,94 naar €600 per maand. De vader verzocht om verlaging tot maximaal €115 en later zelfs tot nihil. De rechtbank wees beide verzoeken af. In hoger beroep stelde de moeder haar verzoek tot verhoging, terwijl de vader incidenteel verzocht de alimentatie op nihil te stellen. Het hof stelde de alimentatie met ingang van 22 januari 2010 op nihil.
De moeder kwam in cassatie met drie middelen, die niet voldeden aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv omdat zij onvoldoende concreet waren en geen juiste rechtsklachten bevatten. Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende had onderbouwd dat de behoefte van de minderjarige was gewijzigd, onder meer omdat de extra kosten voor bijlessen en hogere leeftijd niet voldoende waren aangetoond.
Ook oordeelde het hof dat de vader geen draagkracht had om alimentatie te betalen, gelet op zijn geringe inkomsten uit een flamencogitaarlesbedrijf. De moeder stelde dat het hof ten onrechte geen verdiencapaciteit had aangenomen, maar dit werd verworpen omdat zij zich niet op een dergelijke draagkracht had beroepen in de eerdere instanties.
De Hoge Raad bevestigde dat de oordelen van het hof niet onbegrijpelijk waren en dat de middelen faalden. Ook het ontbreken van bewijs dat de vader een eigen woning heeft of dat zijn partner inkomsten heeft, maakte het cassatieberoep niet ontvankelijk. Het beroep werd verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de kinderalimentatie blijft op nihil gesteld.