ECLI:NL:PHR:2011:BQ3029
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in medeplegen cocaïne-invoerzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van cocaïne, medeplegen van voorbereidingshandelingen en deelname aan een criminele organisatie.
De verdediging had verzocht om een gedragsdeskundige rapportage, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat de noodzaak niet was aangetoond. In hoger beroep werd het strafmaatverweer gevoerd dat rekening moest worden gehouden met een uitleveringsverzoek van Zwitserland en de druk die op de verdachte was uitgeoefend.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het verzoek tot gedragsdeskundige rapportage had afgewezen en dat het hof de strafmaatverweren voldoende had gemotiveerd verworpen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de straf. Het cassatieberoep werd deels gegrond verklaard en de strafduur verminderd, terwijl de rest van het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf van acht jaar wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.