ECLI:NL:PHR:2011:BQ3115
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf van twaalf jaar voor verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving van 14-jarig meisje
De zaak betreft de verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een 14-jarig meisje in Tweede Exloërmond. Verdachte trok het meisje van haar fiets, bedreigde haar met een mes en bracht haar naar een afgelegen locatie waar hij haar verkrachtte. Het slachtoffer leed ernstige psychische en fysieke schade.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Het hof stelde de straf op twaalf jaar, mede vanwege het strafrechtelijk verleden van verdachte in Duitsland, waar hij eerder veroordeeld was voor soortgelijke ernstige delicten. De advocaat-generaal had veertien jaar geëist. Het hof motiveerde de straf met de ernst van de feiten, de jeugdige leeftijd van het slachtoffer en de recidive van verdachte.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de straf onbegrijpelijk hoog was en dat het LOVS-oriëntatiepunt van 24 maanden voor verkrachting niet juist was toegepast. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had afgeweken van het oriëntatiepunt gezien de bijzondere omstandigheden en dat de straf niet onbegrijpelijk was. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest echter alleen voor wat betreft de strafoplegging en beperkte de vermindering tot een strafverlaging, waarbij het beroep voor het overige werd verworpen. De zaak benadrukt de zwaarte van de feiten en het belang van een zorgvuldige motivering bij strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de twaalfjarige gevangenisstraf voor verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.