ECLI:NL:PHR:2011:BQ3126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor rijden zonder verplichte motorrijtuigverzekering
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld wegens het rijden met een personenauto waarvoor geen verzekering volgens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) was afgesloten en in stand gehouden. Het hof had vastgesteld dat op 15 augustus 2007 in Rotterdam een motorrijtuig met een bepaald kenteken, geregistreerd op naam van de verdachte, niet verzekerd was. Dit was bewezen aan de hand van gegevens uit het kentekenregister en het Centraal Register WAM.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de dagvaarding onvoldoende duidelijk was en dat het bewijs niet voldeed om vast te stellen dat er een kentekenbewijs was afgegeven voor het voertuig. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding voldoende duidelijk was en dat het bewijs, waaronder proces-verbaal van de RDW en het Centraal Justitieel Incasso Bureau, voldeed om de bewezenverklaring te ondersteunen.
Verder werd de opgelegde straf van twee weken hechtenis en zes maanden rijontzegging niet onbegrijpelijk bevonden, mede gezien eerdere veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte tot twee weken hechtenis en zes maanden rijontzegging wegens het rijden zonder verplichte motorrijtuigverzekering.