ECLI:NL:PHR:2011:BQ3162

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01747
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving van dagvaardingsvoorschrift in hoger beroep mishandeling

In deze zaak heeft het Hof Amsterdam de verdachte bij verstek veroordeeld voor mishandeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. De raadsman van de verdachte, mr. Letmaath, trad op namens de verdachte in hoger beroep. Echter is aan mr. Letmaath een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep verzonden naar een oud kantooradres in plaats van zijn actuele adres, waardoor het voorschrift van artikel 51, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet werd nageleefd.

De Hoge Raad oordeelt dat deze niet-naleving van het voorschrift, dat de belangen van de verdachte dient, van zodanig gewicht is dat een geldige behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsman niet mogelijk is. De fout is toe te schrijven aan een tekortkoming in de organisatie van de strafgriffie van het hof, die brieven bleef sturen naar het oude adres ondanks dat het nieuwe adres bekend was.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe berechting in hoger beroep. Er zijn geen andere gronden gevonden die tot vernietiging zouden leiden. De procedure wordt hiermee heropend om de belangen van de verdachte adequaat te waarborgen.

Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd wegens niet-naleving van artikel 51 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.

Conclusie

Nr. 10/01747
Mr. Vegter
Zitting 5 april 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam (enkelvoudige kamer) heeft de verdachte bij arrest van 27 november 2009 ter zake van 'mishandeling' bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren alsmede een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 (zes) dagen.
2. Verdachte heeft cassatie ingesteld en namens hem heeft mr. A.C.J..Letmaath, advocaat te Uden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel houdt in de kern in dat artikel 51 Sv Pro niet is nageleefd nu de raadsman in hoger beroep geen afschrift van de dagvaarding is toegezonden.
4. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van de griffier van het Hof Amsterdam met als kenmerk het parketnummer van de onderhavige zaak aan mr. Letmaath gedateerd 23 oktober 2009. Deze brief houdt voor zover van belang in :" De behandeling van de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen [verdachte] waarin u als raadsman/ raadsvrouwe optreedt is vastgesteld op 27 november 2009 te 15:00 uur. " Als adres van mr. Letmaath is vermeld: Dijkstraat 1 6701 CH Wageningen. Op de zich in het dossier bevindende dagvaarding in hoger beroep staat na de woorden 'Afschrift aan de raadsman verstrekt' met de hand geschreven: 23/10/09. Het proces-verbaal van de zitting van het Hof van 27 november 2009 vermeldt dat zowel de verdachte als de raadsman van verdachte, mr. A.C.J. Letmaath, advocaat te Uden, niet ter terechtzitting aanwezig zijn.(1)
5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van de raadsheer die het arrest heeft gewezen van 3 maart 2010(2) met als kenmerk het ressortsparketnummer van de onderhavige zaak en als antwoord op een brief van mr. Letmaath van 12 februari 2010. Deze brief houdt voor zover van belang het volgende in: " Bij navraag op de strafgriffie van dit hof heb ik vernomen dat uw verhuizing van Wageningen naar Uden niet in de betreffende registratiesystemen is doorgevoerd en dat dit de achtergrond moet zijn van het feit dat de correspondentie u niet heeft bereikt. Dat is vanzelfsprekende bijzonder vervelend en daarvoor past excuus."
Voorts is aan de schriftuur een brief van de president van het Hof Amsterdam gehecht gedateerd 19 april 2010. Deze brief houdt voor zover van belang het volgende in: "Naar aanleiding van uw klachtbrief d.d. 5 maart 2010 heeft op mijn verzoek intern onderzoek plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat in deze zaak bij herhaling ten onrechte brieven zijn verstuurd naar een oud kantooradres van mr. Lemaath (Wageningen). Dit adres stond (nog steeds) vermeld in het primaire processysteem van de administratie van de strafsector en tevens van het Ressortsparket. Naar ik heb begrepen waren daarbij de werkinstructies van dien aard dat bij opvolging van die instructies de fout niet werd ontdekt. Inmiddels wordt de werkinstructie aangepast, maar voor deze zaak heeft te gelden dat de afhandeling van de stelbrief niet correct heeft plaatsgevonden. (...) Het gaat hier om een tekortkoming die is toe te schrijven aan de organisatie (in het bijzonder de administratie van de strafsector) (...). "
6. Uit hetgeen onder 4 en 5 hierboven is vermeld moet worden afgeleid dat aan mr. Letmaath als raadsman van de verdachte door een tekortkoming van de strafgriffie van het Hof op een onjuist adres een afschrift van de dagvaarding is toegezonden. Dit betekent dat het voorschrift van artikel 51, tweede volzin, Sv niet is nageleefd. Dit in het belang van de verdachte gegeven voorschrift is van zo grote betekenis, dat, al wordt dat niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsman in de weg te staan.(3)
Het middel is dus op goede grond voorgesteld. Zoals ik onder 3 aangaf is dit de kern van het middel en indien uw Raad het wenselijk acht dat andere deelklachten alsnog worden besproken, houd ik mij daarvoor gereed.
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof Amsterdam teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Bij de stukken van het geding bevindt zich een schrijven van 16 maart 2009 van mr. A.C.J. Letmaath, gericht aan de strafsector van het Gerechtshof Amsterdam, onder meer inhoudende dat hij de verdachte als "advocaat-gemachtigde" zal bijstaan in deze zaak. Dit schrijven bevat als adres van mr. Letmaath een adres in Uden. Blijkens een daarop geplaatste stempel is dit schrijven op 17 maart 2009 bij het Hof ingekomen. In reactie op dit schrijven heeft de Griffier van het Hof op 17 maart 2009 een ontvangstbevestiging verzonden naar mr. Letmaath. Deze ontvangstbevestiging is evenwel verzonden naar een adres in Wageningen.
2 De raadsman was er kennelijk op dat moment van op de hoogte dat er arrest was gewezen. Het beroep in cassatie is door verdachte ingesteld op 23 maart 2010. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat verdachte eerder dan op 16 maart 2010 op de hoogte was van het tegen hem gewezen arrest. Op die datum is de mededeling uitspraak aan een schriftelijk gemachtigde van de verdachte uitgereikt op het postkantoor.
3 Zie HR 8 maart 2011, LJN: BO6743.