ECLI:NL:PHR:2011:BQ3659
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schatting wederrechtelijk verkregen voordeel en afwijzing inzage verzoeken
In deze zaak heeft de verdediging aangevoerd dat het uitgangspunt van een gelijke verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist is, omdat de veroordeelde een ondergeschikte rol had en slechts een deel van het bedrag daadwerkelijk verkreeg. Het hof heeft dit betoog verworpen omdat de verklaring van de veroordeelde niet onderbouwd noch verifieerbaar was en geen steun vond in het dossier.
De verdediging verzocht primair om het volledige strafdossier te voegen om de verklaring te toetsen en subsidiair om inzage in niet-geanonimiseerde vaststellingsovereenkomsten. Het hof wees deze verzoeken af, stellende dat de verdediging voldoende gelegenheid had gehad tot inzage en dat de stukken niet meer beschikbaar waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdediging niet gehinderd werd in haar procespositie en dat het verzoek tot voeging van het volledige strafdossier niet noodzakelijk was voor de beoordeling. Ook het subsidiaire verzoek tot inzage werd terecht afgewezen wegens tardiviteit en gebrek aan feitelijke grondslag.
De middelen van cassatie falen en het beroep wordt verworpen. Er is geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.