ECLI:NL:PHR:2011:BQ3667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van beklag tegen voortduring beslag na onherroepelijke veroordeling
In deze strafzaak heeft het hof klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen de voortduring van beslag op geldbedragen die in zijn strafzaak in beslag waren genomen. Het hof baseerde dit op een arrest van de Hoge Raad uit 2008, waarin een andere situatie aan de orde was waarbij een voorlopige beslissing was ingehaald door een definitieve uitspraak in de strafzaak.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. In de onderhavige zaak is het beslag nog niet beëindigd, ondanks de onherroepelijke veroordeling van klager wegens opzetheling. Klager heeft als rechthebbende belang bij het indienen van een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, en is daarom ontvankelijk.
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof voor inhoudelijke behandeling van het klaagschrift. De situatie verschilt wezenlijk van eerdere jurisprudentie waarbij een definitieve beslissing in de strafzaak een voorlopige beslissing verving. Hier staat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende niet aan een hernieuwd beklag in de weg zolang het beslag voortduurt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het klaagschrift.