ECLI:NL:PHR:2011:BQ3744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling diefstal uit opslagboxen ondanks afwijzing getuigenverzoek
Verdachte werd veroordeeld voor diefstal uit meerdere opslagboxen in een Shurgardvestiging, waarbij hij samen met anderen de sloten forceerde en goederen, waaronder geneesmiddelen en pepperspray, stal. Een medeverdachte had kort voor de inbraak een box gehuurd en verdachte toegangscode en sleutels gegeven. Beveiligingsbeelden toonden verdachte bij de opslagboxen rond het tijdstip van de inbraak.
Na de inbraak volgde een schietincident waarbij verdachte werd bedreigd. Tapverslagen van telefoongesprekken bevestigden dat verdachte beschikte over de gestolen goederen. De verdediging verzocht om het horen van een medeverdachte als getuige, die onder dwang verdachte als dader had genoemd, maar het hof wees dit verzoek af omdat de bewezenverklaring niet in overwegende mate op diens verklaring steunde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had gehanteerd bij de afwijzing van het getuigenverzoek. De verklaring van de medeverdachte was slechts ter illustratie gebruikt en niet doorslaggevend. Het bewijs bestond uit meerdere elementen, waaronder beveiligingsbeelden, tapverslagen en verklaringen van andere betrokkenen. Het middel van cassatie faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor diefstal uit opslagboxen en wijst het getuigenverzoek af.