ECLI:NL:PHR:2011:BQ3766
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid en voorwaardelijk opzet bij verschaffen vuurwapen voor doodslag
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan doodslag. Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat [betrokkene 1] met een vuurwapen het slachtoffer zou doden, doordat hij het wapen aan hem overhandigde terwijl hij wist dat [betrokkene 1] woedend en dronken was en in staat was het wapen te gebruiken.
De verdediging had verzocht om het horen van [betrokkene 1] als getuige, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen met een gemotiveerde toepassing van het noodzaakcriterium. De Hoge Raad oordeelde dat deze afwijzing niet onbegrijpelijk was en dat het hof de juiste maatstaf had toegepast.
Daarnaast stelde de verdediging dat het bewezenverklaarde ontoereikend was gemotiveerd met betrekking tot het opzet van verdachte. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat [betrokkene 1] met het vuurwapen zou doden.
De Hoge Raad vond geen gronden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de veroordeling van verdachte tot 12 maanden gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot 12 maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan doodslag.