ECLI:NL:PHR:2011:BQ3892
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt instelling bewind en mentorschap ter bescherming kwetsbare personen
In deze zaak heeft de Officier van Justitie verzoeken ingediend tot ondercuratelestelling van twee personen die in intellectueel en sociaal opzicht kwetsbaar zijn. De kantonrechter wees ondercuratelestelling af, maar stelde bewind en mentorschap in, waarbij neutrale professionele derden werden benoemd in plaats van de ouders van de betrokkenen.
De ouders stelden hoger beroep in, maar werden door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep na de appeltermijn was ingediend. Het hof bekrachtigde de beschikkingen van de eerste aanleg. Klachten over het niet verstrekken van een politieproces-verbaal aan de ouders werden verworpen, omdat het aan de raadslieden werd overgelaten hoe de cliënten hierover werden geïnformeerd.
In cassatie werden meerdere middelen voorgesteld, waaronder de ontvankelijkheid van het beroep van de ouders en de motivering van het hof om de ouders niet als bewindvoerder en mentor te benoemen. De Hoge Raad oordeelde dat de ouders als belanghebbenden een appeltermijn van drie maanden hebben vanaf de datum van de beschikking en dat het hof dit correct heeft toegepast. Daarnaast was het niet aannemelijk dat een beroepschrift van de ouders was ingediend. De Hoge Raad achtte de gang van zaken rond het proces-verbaal en de bescherming van de betrokkenen in lijn met het EVRM.
De Hoge Raad bevestigde dat de ouders niet als bewindvoerder en mentor konden worden benoemd vanwege tekortkomingen aan hun kant en dat het hof dit voldoende had gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de instelling van bewind en mentorschap door neutrale derden.