ECLI:NL:PHR:2011:BQ4355

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03118
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onrechtmatig gebruik bekennende verklaring in hennepteelt en elektriciteitsdiefstal

Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk telen van hennep en het stelen van elektriciteit. Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op een bekennende verklaring van verdachte, ondanks dat het in het arrest stelde deze verklaring niet als bewijs te gebruiken.

De Hoge Raad constateert dat het hof deze verklaring toch voor het bewijs heeft gebruikt, wat in strijd is met het procesrecht. Daarnaast ontbrak het aan voldoende andere bewijsmiddelen die zelfstandig de bewezenverklaring konden dragen, zoals bewijs van het woonadres van verdachte gedurende de pleegperiode.

Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom verdachte als bewoner van het pand werd beschouwd en kon daardoor het bewijsgat niet dichten. De Hoge Raad oordeelt dat het gebruik van de bekennende verklaring als bewijs geen kennelijke misslag is, maar onrechtmatig.

Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt verwezen naar een passende beslissing op basis van art. 440 Sv Pro. De klacht over de onduidelijkheid van de pleegperiode behoeft geen verdere bespreking omdat het middel in zoverre slaagt.

De zaak betreft de zorgvuldigheid van bewijsvoering en de toepassing van het Salduz-arrest betreffende het recht op advocaat en tolk tijdens verhoren.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onrechtmatig gebruik van de bekennende verklaring als bewijs.

Conclusie

Nr. 09/03118
Mr. Knigge
Zitting: 26 april 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 29 juli 2009 verdachte wegens 1. "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 2. "diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.(1)
3. Namens verdachte heeft mr. P. Scholte, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring. Het Hof zou een voor het bewijs uitgesloten verklaring van verdachte voor het bewijs hebben gebezigd en voorts zouden de bewezenverklaarde pleegperioden niet uit de bewijsmiddelen volgen.
4.2. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:
"1.
Hij in de periode van 1 november 2006 tot en met 4 juni 2007 te Purmerend, telkens opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [a-straat] een groot aantal hennepplanten en/of een hoeveelheid hennep
2.
Hij in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 4 juni 2007 te Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking"
4.3. De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat:
- op 4 juni 2007 werd binnengetreden in de woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats], waarbij op zolder een niet in gebruik zijnde hennepplantage werd aangetroffen; in de plantage was een forse hoeveelheid hennepresten aanwezig (verklaring opsporingsambtenaar, bewijsmiddel 1);
- op 4 juni 2007 de goederen die waren aangetroffen in de woning, waaronder koolstoffilters, lampen, transformatoren en een zaak hennepafval, werden vernietigd (verklaring opsporingsambtenaar, bewijsmiddel 2);
- verdachte sinds november 2004 woonachtig was op het adres [a-straat 1] te [woonplaats]; verdachte was bekend dat er op zijn zolder een hennepplantage aanwezig was; in deze plantage waren reeds tweemaal hennepplanten gezet; verdachte heeft de plantage zelf gebouwd; personeel van de growshop heeft de elektriciteit aangelegd; verdachte wist dat de elektriciteit werd afgetapt (verklaring verdachte, bewijsmiddel 3)
- op 4 juni 2007 door een fraudespecialist van Nuon is geconstateerd dat er een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt in het perceel [a-straat 1] te [woonplaats], waardoor elektriciteit werd afgenomen buiten de meters om (verklaring aangever Continuon Netbeheer, bewijsmiddel 4)
4.4. 's Hofs arrest bevat, voor zover hier van belang, het volgende in:
"De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat de bekennende politieverklaring van de verdachte uitgesloten dient te worden van het bewijs, nu verdachte die verklaring heeft afgelegd zonder tolk terwijl hij niet of nauwelijks Nederlands spreekt en de verdachte voorafgaand aan het verhoor er niet door de politie op is gewezen dat hij een advocaat kan raadplegen. De verdachte dient derhalve op grond hiervan te worden vrijgesproken terzake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
Het hof gaat voorbij aan dit verweer, nu deze bekennende verklaring niet voor het bewijs wordt gebezigd. Wel slaat het hof acht op de volgende onbetwiste omstandigheden. De verdachte was reeds enige tijd de bewoner van de woning aan de [a-straat 1] op het moment dat op de zolder daarvan een hennepkwekerij is aangetroffen. Hierdoor is het boven redelijke twijfel verheven dat niet buiten medeweten van de verdachte een hennepkwekerij is opgezet en geëxploiteerd. Het hof is daarom van oordeel dat de verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de aanwezigheid van de hennepkwekerij en de diefstal van daartoe benodigde elektriciteit."
4.5. Het middel is terecht voorgesteld. Hoewel in het verkorte arrest de overweging is opgenomen dat de bekennende verklaring niet voor het bewijs wordt gebezigd, is dit blijkens de aanvulling wel gebeurd (bewijsmiddel 3). (2) Van een kennelijke misslag kan daarbij niet gesproken worden. Ik wijs er in dit verband op dat uit de overige bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte in de bewezenverklaarde periode woonachtig was op het adres [a-straat 1] te [woonplaats] en daaruit evenmin blijkt wat anderszins zijn relatie met het pand was. De overige bewijsmiddelen kunnen de bewezenverklaringen dus niet zelfstandig kunnen dragen. De "onbetwiste omstandigheden" waarop het Hof acht heeft geslagen, kunnen dit bewijsgat niet dichten. Het Hof laat na aan te geven waaraan het het gegeven ontleent dat verdachte reeds enige tijd de bewoner was van de woning aan de [a-straat] op het moment dat de hennepkwekerij werd aangetroffen.(3) Nu de overige bewijsmiddelen het bewezenverklaarde niet zelfstandig kunnen dragen, kan het opnemen van verdachtes verklaring dan ook niet als kennelijke misslag worden aangemerkt.
4.6. Gelet op het voorgaande behoeft de klacht dat uit de bewijsmiddelen de pleegperiode ten aanzien van beide feiten niet kan volgen, geen bespreking.
4.7. Het middel slaagt.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Deze zaak hangt samen met nr. 09/03157P, in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.
2 Daaraan kan denk ik niet afdoen dat het Hof het gevoerde Salduz-verweer naar het zich laat aanzien slechts had kunen verwerpen. Een blik over de papieren muur leert namelijk dat de verdachte niet was aangehouden en dat hij zijn verklaring heeft afgelegd op het politiebureau na hiertoe te zijn uitgenodigd. In dergelijke gevallen hoeft de politie de verdachte niet te wijzen op zijn consultatierecht. Ik merk nog op dat de raadsman de onbruikbaarheid van de verklaring niet enkel had gebaseerd op het Salduz-arrest, maar ook op de afwezigheid van een tolk. Van dat verweer kan niet worden gezegd dat het Hof het verweer slechts had kunnen verwerpen.
3 Elders in het arrest, in het kader van de weerlegging van het verweer dat de anonieme tip onvoldoende betrouwbaar was, vermeldt het Hof wel, onder vermelding van een proces-verbaal nummer, dat verdachte in het bevolkingsregister van de gemeente Purmerend verdachte als ingeschreven betreffende het pand [a-straat 1] te [woonplaats] staat vermeld. Op welke periode deze gegevens zien, maakt het arrest echter niet duidelijk.