ECLI:NL:PHR:2011:BQ4355
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onrechtmatig gebruik bekennende verklaring in hennepteelt en elektriciteitsdiefstal
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk telen van hennep en het stelen van elektriciteit. Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op een bekennende verklaring van verdachte, ondanks dat het in het arrest stelde deze verklaring niet als bewijs te gebruiken.
De Hoge Raad constateert dat het hof deze verklaring toch voor het bewijs heeft gebruikt, wat in strijd is met het procesrecht. Daarnaast ontbrak het aan voldoende andere bewijsmiddelen die zelfstandig de bewezenverklaring konden dragen, zoals bewijs van het woonadres van verdachte gedurende de pleegperiode.
Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom verdachte als bewoner van het pand werd beschouwd en kon daardoor het bewijsgat niet dichten. De Hoge Raad oordeelt dat het gebruik van de bekennende verklaring als bewijs geen kennelijke misslag is, maar onrechtmatig.
Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt verwezen naar een passende beslissing op basis van art. 440 Sv Pro. De klacht over de onduidelijkheid van de pleegperiode behoeft geen verdere bespreking omdat het middel in zoverre slaagt.
De zaak betreft de zorgvuldigheid van bewijsvoering en de toepassing van het Salduz-arrest betreffende het recht op advocaat en tolk tijdens verhoren.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onrechtmatig gebruik van de bekennende verklaring als bewijs.