ECLI:NL:PHR:2011:BQ4677
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring medeplegen diefstal met braak
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak in een scoutinggebouw te Nijmegen, waarbij een geluidsinstallatie werd weggenomen. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van medeverdachten en het feit dat verdachte samen met anderen de deur had geforceerd en het pand was binnengedrongen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van het plan tot diefstal en dat er geen bewuste en nauwe samenwerking bestond. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarop het zijn oordeel over het voorwaardelijk opzet van verdachte baseert. Het is onduidelijk of het opzet tot diefstal al bestond bij het forceren van de deur of pas daarna ontstond.
De Hoge Raad stelt dat toerekening van opzet aan verdachte niet zonder meer kan plaatsvinden zonder bewijs dat verdachte zelf opzet had bij het forceren van de deur. Ook ontbreekt duidelijkheid over een gezamenlijk plan. De bewezenverklaring is daarom onvoldoende gemotiveerd en het cassatiemiddel slaagt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en zal een nieuwe beslissing nemen op basis van art. 440 Sv Pro. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring omtrent medeplegen diefstal met braak.