ECLI:NL:PHR:2011:BQ5083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitzondering op verbod van terugwijzing bij akte van niet-dienen en afwijzing pleidooi
In deze zaak stond centraal de vraag of een zaak kan worden terugverwezen naar de rechtbank nadat deze op louter processuele gronden, namelijk het verlenen van akte van niet-dienen ter zake de conclusie van antwoord en het afwijzen van een verzoek om pleidooi, niet inhoudelijk is behandeld.
De rechtbank Amsterdam had op verzoek van Umbro aan Omega akte van niet-dienen verleend en het verzoek om pleidooi afgewezen, waarna de rechtbank de vorderingen van Umbro als niet weersproken toewijst. Het gerechtshof bekrachtigde deze beslissingen en oordeelde dat ondanks mogelijke onjuiste gronden geen terugwijzing naar de rechtbank plaatsvindt, omdat het verbod van terugwijzing geldt.
De Hoge Raad stelt dat het verbod van terugwijzing niet absoluut is en dat een uitzondering geldt indien de rechtbank niet aan een inhoudelijke behandeling toekomt op louter processuele gronden. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie. Hoewel de Hoge Raad de klacht gegrond verklaart, leidt dit niet tot cassatie omdat na verwijzing geen andere beslissing dan afwijzing kan volgen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de bewijsaanbiedingen van Omega te vaag of niet ter zake doende zijn en dat het hof dit oordeel niet onjuist heeft gemotiveerd. De klachten tegen de beslissing van de rechtbank om akte van niet-dienen te verlenen en het afwijzen van het pleidooi falen eveneens.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.