ECLI:NL:PHR:2011:BQ5692
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens te late indiening na beëindiging vervolging
De Rechtbank te Maastricht verklaarde bij beschikking van 8 oktober 2009 het klaagschrift van klager ex art. 552a Sv, gericht op teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen, ongegrond. Klager had hoger beroep ingesteld tegen een eerder vonnis van 23 december 2008, waarin was bepaald dat de voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende worden bewaard. Dit hoger beroep werd op 13 januari 2009 ingetrokken, waardoor het vonnis onherroepelijk werd.
Het klaagschrift werd echter pas op 9 juli 2009 ingediend, wat meer dan drie maanden na het einde van de vervolging was. Op grond van art. 552a, derde lid, Sv, had het klaagschrift binnen drie maanden na het einde van de vervolging ingediend moeten worden. De rechtbank had klager daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank deze misslag kan herstellen en vernietigt de bestreden beschikking. De Hoge Raad verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift, conform de wettelijke termijnregeling in art. 552a Sv.
Uitkomst: Het klaagschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na het einde van de vervolging.