ECLI:NL:PHR:2011:BQ5692

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01632 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens te late indiening na beëindiging vervolging

De Rechtbank te Maastricht verklaarde bij beschikking van 8 oktober 2009 het klaagschrift van klager ex art. 552a Sv, gericht op teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen, ongegrond. Klager had hoger beroep ingesteld tegen een eerder vonnis van 23 december 2008, waarin was bepaald dat de voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende worden bewaard. Dit hoger beroep werd op 13 januari 2009 ingetrokken, waardoor het vonnis onherroepelijk werd.

Het klaagschrift werd echter pas op 9 juli 2009 ingediend, wat meer dan drie maanden na het einde van de vervolging was. Op grond van art. 552a, derde lid, Sv, had het klaagschrift binnen drie maanden na het einde van de vervolging ingediend moeten worden. De rechtbank had klager daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren.

De Hoge Raad stelt dat de rechtbank deze misslag kan herstellen en vernietigt de bestreden beschikking. De Hoge Raad verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift, conform de wettelijke termijnregeling in art. 552a Sv.

Uitkomst: Het klaagschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na het einde van de vervolging.

Conclusie

Nr. 10/01632 B
Mr. Hofstee
Zitting: 22 maart 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te Maastricht heeft bij beschikking van 8 oktober 2009 het klaagschrift van klager ex art. 552a Sv, strekkende tot teruggave van voorwerpen welke in beslag zijn genomen en waarvan is bepaald dat zij ten behoeve van de rechthebbende moeten worden bewaard, ongegrond verklaard.
2. Namens klager heeft mr. Th. Boumans, advocaat te Heerlen, één middel van cassatie voorgesteld.
3. De bespreking van het middel kan gelet op het navolgende achterwege blijven.
4. De Rechtbank te Maastricht had eerder al, te weten bij vonnis van 23 december 2008(1), een beslissing genomen over de inbeslaggenomen voorwerpen waarop het klaagschrift betrekking heeft. Die beslissing houdt onder meer in dat de in het klaagschrift bedoelde inbeslaggenomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende worden bewaard, nu niet is komen vast te staan aan wie deze voorwerpen toebehoren.(2) Blijkens bij de griffie van de Rechtbank te Maastricht opgevraagde gegevens is tegen voornoemd vonnis van de Rechtbank door klager op 5 januari 2009 hoger beroep ingesteld.(3) Dit hoger beroep is vervolgens op 13 januari 2009 door klager ingetrokken, ten gevolge waarvan het vonnis van de Rechtbank op diezelfde dag onherroepelijk is geworden.
5. Daarom is hier het derde lid van art. 552a Sv van toepassing. Dat derde lid luidt:
"Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen of de kennisneming of ontoegankelijkmaking van de gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen."
6. Op grond van art. 552a, derde lid, Sv had de indiening van het klaagschrift binnen drie maanden na het einde van de vervolgde zaak moeten plaatsvinden. Uit het zich in de gedingstukken bevindende formulier "Akte rechtsmiddel" is het klaagschrift echter op 9 juli 2009 en dus tardief ingediend, zodat de Rechtbank in haar beschikking van 8 oktober 2009 klager niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn klaagschrift. De Hoge Raad kan deze misslag van de Rechtbank herstellen en doen wat de Rechtbank had behoren te doen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en het advies dat de Hoge Raad klager alsnog niet-ontvankelijk verklaard in zijn ingediende klaagschrift.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie blad 8 van het vonnis.
2 Zie blad 6 van het vonnis.
3 Aldus het faxbericht van die griffie van 16 maart 2011.