ECLI:NL:PHR:2011:BQ5727
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling steunfraude wegens onvoldoende bewijs van opzet
Verzoekster werd door het hof Arnhem veroordeeld wegens het opzettelijk niet verstrekken van gegevens over haar samenwoning met haar partner, waardoor zij ten onrechte bijstandsuitkering ontving. Het hof baseerde de bewezenverklaring op verklaringen van verzoekster, haar partner, buren, en een werkgever, die samen een duurzaam samenwonen en economische eenheid aannemelijk maakten.
Verweer van verzoekster betrof onder meer het ontbreken van voorafgaand contact met een advocaat bij verhoor en de onvoldoende concrete aard van de verklaringen van buren. Het hof verwierp deze verweren en achtte het bewijs overtuigend. De advocaat-generaal stelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verzoekster wist dat het verzwijgen van samenwoning van belang was voor haar recht op uitkering.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs voor het opzet van verzoekster ontoereikend is gemotiveerd, met name dat niet is vastgesteld dat verzoekster wist dat de verzwijging relevant was voor de vaststelling van haar uitkeringsrecht. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerd bewijs van opzet en de zaak wordt terugverwezen.