ECLI:NL:PHR:2011:BQ5780
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk onttrekken van kind aan ouderlijk gezag met schadevergoeding aan moeder en dochter
De verdachte heeft zijn destijds vijfjarige dochter zonder toestemming van de moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, meegenomen naar Tunesië onder valse voorwendselen. Dit leidde tot een periode van bijna drie maanden waarin moeder en dochter gescheiden waren. Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, en kende schadevergoeding toe aan zowel de moeder als de dochter.
De moeder en dochter waren als benadeelde partijen in het strafproces gevoegd met vorderingen tot vergoeding van materiële en immateriële schade. Het hof oordeelde dat de moeder ook als wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige dochter mocht optreden en dat de vordering van de dochter tot immateriële schadevergoeding gegrond was. De immateriële schadevergoeding aan de dochter werd vastgesteld op €5.000 als voorschot.
De strafoplegging werd gemotiveerd door de ernst van het feit, de duur van de ontvoering en de impact op het kind, waaronder angstig gedrag en noodzaak tot therapie. De door de verdediging voorgestelde lichtere straf werd door het hof verworpen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, en moet schadevergoeding betalen aan moeder en dochter.