ECLI:NL:PHR:2011:BQ5980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen uitzondering op formele rechtskracht fictieve weigering tax holiday ondanks intrekking LBIH
In deze zaak vordert Tara Beach Resort N.V. samen met een aandeelhouder (verzoeker 2) een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens het niet tijdig beslissen door het Land Aruba op een aanvraag voor een tax holiday onder de Landsverordening bevordering industrievestiging en hotelbouw (LBIH).
De aanvraag dateerde van vóór de intrekking van de LBIH per 1 januari 2003, maar de beslissing liet lang op zich wachten. Tara diende bezwaar in tegen het uitblijven van een beschikking, maar zette deze procedure niet voort. Uiteindelijk wees de minister op 3 februari 2003 een reële afwijzing uit hoofde van de ingetrokken LBIH uit. Zowel de fictieve als de reële afwijzing kregen formele rechtskracht omdat Tara geen beroep instelde.
Tara c.s. betoogden dat de formele rechtskracht van de fictieve weigering doorbroken moest worden omdat het voortzetten van bezwaar zinloos was na intrekking van de LBIH. De Hoge Raad oordeelt dat slechts in zeer klemmende gevallen een uitzondering op formele rechtskracht kan worden gemaakt en dat Tara c.s. onvoldoende gronden hebben aangevoerd. Ook de positie van verzoeker 2 als aandeelhouder rechtvaardigt geen uitzondering. De formele rechtskracht van zowel de fictieve als de reële weigering blijft gehandhaafd, waardoor de vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de formele rechtskracht van de fictieve en reële weigering van de tax holiday-aanvraag.