ECLI:NL:PHR:2011:BQ6010
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onjuiste uitleg art. 408 Sv
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de Politierechter wegens medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling. De dagvaarding werd aan zijn moeder uitgereikt, die echter niet schriftelijk gemachtigd was, terwijl verdachte zichzelf had willen machtigen. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld, uitgaande van kennisneming van de einduitspraak eind februari 2008.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door kennisneming van de inleidende dagvaarding na de terechtzitting als gelijk te stellen aan kennisneming van de einduitspraak. Volgens art. 408, tweede lid, Sv moet het hoger beroep binnen veertien dagen na bekendheid met de einduitspraak worden ingesteld, niet na bekendheid met de dagvaarding.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Er is geen grond voor ambtshalve vernietiging. De procedure wordt hervat met inachtneming van de juiste uitleg van art. 408 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.