ECLI:NL:PHR:2011:BQ6079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over advisering Bevar-regeling en doorschuiven proceskosten vrijwaringszaak
In deze zaak staat centraal of ZLTO tijdig en adequaat heeft geadviseerd over de Beëindigingsregeling varkensbedrijven (Bevar-regeling) en of de proceskosten van de vrijwaringsprocedure naar de hoofdzaak mogen worden doorgeschoven.
De feiten betreffen een BOP-advies aan eiser, waarbij ZLTO adviseur [betrokkene 1] eind januari 1999 informeerde over de Bevar-regeling. Eiser diende op 1 februari 1999 een aanvraag in, die werd afgewezen wegens bereikt subsidieplafond op 20 januari 1999. Eiser stelde ZLTO aansprakelijk voor het te late advies. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat ZLTO tekort was geschoten.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht onderscheid maakte tussen een specifieke en een ruimere opdracht en dat ZLTO niet tekort is geschoten door eind januari te informeren, aangezien niet vaststond dat ZLTO wist of behoorde te weten dat spoed geboden was. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het billijk is dat proceskosten van de vrijwaringsprocedure, inclusief eigen kosten van de gewaarborgde, naar de hoofdzaak kunnen worden doorgeschoven, mits geen nodeloze kosten zijn gemaakt.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; ZLTO is niet tekortgeschoten en proceskosten van vrijwaringsprocedure mogen naar hoofdzaak worden doorgeschoven.