ECLI:NL:PHR:2011:BQ6563
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijs en verwerpt klachten in bedreigingszaak te Edam
De zaak betreft een bedreiging gepleegd op 27 juni 2007 te Edam, waarbij verdachte zijn ex-vriendin en haar nieuwe vriend met de dood bedreigde. Het hof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was, onder meer omdat het proces-verbaal van bevindingen pas zeven maanden na het incident was opgemaakt en het slachtoffer geen aangifte had gedaan.
Het hof oordeelde echter dat het bewijs, bestaande uit verklaringen van politieambtenaren en het slachtoffer, voldoende wettig en overtuigend was. De bedreiging was van dien aard dat bij het slachtoffer de redelijke vrees kon ontstaan dat haar leven in gevaar was. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp de klachten over de bewijswaardering en het niet reageren op een subsidiair verweer.
De Hoge Raad benadrukte dat het later opgemaakte proces-verbaal een specificatie bevatte die paste bij eerdere verklaringen en dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat het bewijs betrouwbaar was. Ook werd erkend dat het slachtoffer de bedreigende woorden binnen gehoorsafstand had gehoord en hevig geëmotioneerd was. De klachten van verdachte faalden, waardoor het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.