ECLI:NL:PHR:2011:BQ6692
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij mensenhandel zonder compensatie wegens termijnoverschrijding
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij veroordeelde een bedrag van € 10.250,- uit het persoonsgebonden budget van het slachtoffer had ontvangen. Het hof had geoordeeld dat dit bedrag onrechtmatig was verkregen omdat veroordeelde zich schuldig had gemaakt aan mensenhandel door misbruik te maken van zijn positie als hulpverlener en de kwetsbare positie van het slachtoffer.
De verdediging stelde dat het ontvangen bedrag een vergoeding was voor verleende zorg en niet als voordeel uit mensenhandel kon worden aangemerkt. Het hof verwierp dit verweer omdat de bewezen feiten aantoonden dat de zorgverlening was omgezet in uitbuiting, waarbij veroordeelde ook financieel profiteerde van het slachtoffer.
Daarnaast werd in cassatie geklaagd over overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad constateerde dat de termijnoverschrijding in deze ontnemingszaak en de samenhangende strafzaak had plaatsgevonden, maar dat compensatie in de strafzaak zou worden toegepast, zodat in deze ontnemingszaak geen aparte compensatie werd toegekend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het oordeel van het hof. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest. Hiermee blijft de ontnemingsmaatregel van kracht en wordt de overschrijding van de redelijke termijn erkend zonder extra compensatie in deze procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van € 10.250,- blijft van kracht ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder compensatie in deze zaak.