ECLI:NL:PHR:2011:BQ6712
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsvoering en verwerpt verweer dronkenschap en niet-ontvankelijkheid in diefstalzaak
Verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor diefstal van twee fietsen, waarbij hij samen met een mededader zich toegang verschaften tot een woning door braak en inklimming. Verdachte stelde in cassatie dat hij stomdronken was tijdens zijn verhoor en daarom niet in staat was een verklaring af te leggen, wat volgens hem tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie had moeten leiden.
Het hof oordeelde echter dat verdachte op het moment van zijn verklaring voldoende toerekeningsvatbaar was en dat de verschillen in handtekeningen geen bewijs vormden van dronkenschap. Bovendien gebruikte het hof alleen verklaringen die na het bezoek van de advocaat waren afgelegd als bewijsmiddel. Verdachte voerde ook aan dat de verklaringen die hij in stomdronken toestand had afgelegd niet als bewijs mochten worden gebruikt, maar dit verweer faalde eveneens.
Ten aanzien van de bewijsvoering stelde verdachte dat het delict niet voltooid was omdat de fietsen slechts enkele meters waren verplaatst en nog op het perceel stonden. Het hof oordeelde dat het delict wel was voltooid omdat de fietsen buiten de heerschappij van de eigenaar waren gebracht. De Hoge Raad vond geen reden om het vonnis te vernietigen en verwierp het cassatieberoep van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een werkstraf van 140 uur blijft in stand.