ECLI:NL:PHR:2011:BQ6719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op noodweerexces bij openlijke geweldpleging
Op 19 augustus 2006 pleegde verdachte samen met een ander openlijke geweldpleging tegen twee slachtoffers, waarbij onder meer met steekwapens werd geslagen en gestoken. Het hof veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 100 uur, waarvan 40 voorwaardelijk, en verwierp het beroep op noodweer, noodweerexces en psychische overmacht.
Het hof motiveerde de verwerping van noodweer met het argument dat verdachte en zijn broer de confrontatie hadden kunnen vermijden door zich terug te trekken in de winkel, en dat hun verdediging met steekwapens disproportioneel was. De verdediging betoogde dat verdachte en zijn broer geen kant op konden en uit vrees handelden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van verdachte onder de gegeven omstandigheden mocht worden verlangd zich terug te trekken. Ook is het oordeel over disproportionaliteit begrijpelijk, maar dit kan het beroep op noodweerexces niet volledig dragen. Het middel faalt echter en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens openlijke geweldpleging met verwerping van het beroep op noodweerexces.