ECLI:NL:PHR:2011:BQ6720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over noodweerexces bij openlijke geweldpleging met steekwapens
De zaak betreft een veroordeling door het gerechtshof Arnhem wegens openlijke geweldpleging waarbij verdachte samen met een ander geweld gebruikte tegen twee slachtoffers, waaronder het gebruik van steekwapens. Verdachte stelde zich primair op het standpunt van noodweer en noodweerexces en subsidiair psychische overmacht. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat verdachte zich had kunnen terugtrekken en dat zijn verdediging disproportioneel was.
De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof dat verdachte zich onder de gegeven omstandigheden had moeten onttrekken aan de confrontatie niet begrijpelijk is zonder nadere motivering. Het hof stelde een te strenge eis aan het terugtrekken bij noodweer. Daarnaast is het oordeel dat de verdediging disproportioneel was begrijpelijk, maar dit kan de verwerping van noodweerexces niet dragen zonder nadere motivering, omdat het bij noodweerexces juist gaat om de vraag of de overschrijding van de noodzakelijke verdediging verontschuldigbaar is.
Het hof liet ook onduidelijk welke partij de aanval was begonnen, maar stelde dat zelfs als de slachtoffers waren begonnen, er geen sprake was van noodweer omdat verdachte zich had kunnen terugtrekken. De Hoge Raad benadrukt dat het recht om buiten voor de eigen winkel te staan en te blijven staan niet zonder meer betekent dat men zich had moeten terugtrekken.
De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep op noodweerexces niet op de juiste wijze is beoordeeld. Het middel van cassatie faalt echter, en de veroordeling blijft in stand. De zaak illustreert de complexiteit van noodweerexces en de noodzaak van een zorgvuldige motivering door de rechter.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling wegens openlijke geweldpleging met steekwapens.