ECLI:NL:PHR:2011:BQ7045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij niet-tijdige betaling griffierecht in cassatieprocedure
Eiseressen hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het hof Amsterdam. Volgens art. 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken moesten zij het griffierecht binnen vier weken na eerste uitroeping van de zaak voldoen, maar dit geschiedde pas na die termijn.
Op grond van art. 409a lid 2 Rv zou de Hoge Raad hen niet-ontvankelijk verklaren wegens niet-tijdige betaling, met veroordeling in de kosten. Echter, art. 409a lid 3 Rv en art. 127a lid 3 Rv bieden een hardheidsclausule die toepassing van die sanctie kan voorkomen bij onbillijkheid van overwegende aard.
De Hoge Raad volgt een gedragslijn waarbij partijen in een dergelijke situatie in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de betalingsverzuim en de mogelijke toepassing van de hardheidsclausule. De zaak wordt aangehouden om eiseressen deze mogelijkheid te bieden.
De conclusie benadrukt dat verwarringwekkende gedragingen en nalatigheden van de gerechtelijke administratie niet ten koste van de rechtzoekende mogen gaan. De advocaat-generaal adviseert de zaak aan te houden tot de volgende zitting.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om eiseressen gelegenheid te geven zich uit te laten over de niet-tijdige betaling van het griffierecht en toepassing van de hardheidsclausule.