ECLI:NL:PHR:2011:BQ7056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late betekening bij vervroegde onteigening
Eisers hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch waarin vervroegde onteigening werd uitgesproken. Zij hebben de cassatieverklaring tijdig afgelegd, maar de cassatiedagvaarding is pas na het verstrijken van de verkorte termijn van twee weken betekend.
De Staat heeft daarom niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep bepleit, stellende dat de cassatiedagvaarding te laat is uitgebracht conform de bepalingen van de Onteigeningswet. Eisers voerden onder meer aan dat het vonnis niet als vervroegde onteigening moest worden aangemerkt en dat het ontvankelijkheidsverweer onvoldoende gemotiveerd was.
De Hoge Raad oordeelt dat het vonnis wel degelijk een vervroegde onteigening betreft en dat de verkorte termijn van toepassing is. De cassatiedagvaarding is te laat betekend, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. Ook het argument dat het vonnis met schending van een fundamenteel rechtsbeginsel is gewezen, leidt niet tot een ander oordeel.
Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat indien de cassatieverklaring niet tijdig wordt betekend, het vonnis alsnog kracht van gewijsde krijgt en inschrijving van het onteigeningsvonnis mogelijk is na het verstrijken van de termijn, conform de Onteigeningswet.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van eisers niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor betekening van de cassatiedagvaarding.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betekening van de cassatiedagvaarding.