ECLI:NL:PHR:2011:BQ7326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens eerdere toekenning en toerekenbare tekortkoming
Verzoeker tot cassatie heeft bij de rechtbank Amsterdam verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij minder dan tien jaar eerder al onder een schuldsaneringsregeling viel die voortijdig werd beëindigd wegens toerekenbare tekortkoming. Verzoeker voerde aan dat de bijzondere omstandigheden van zijn gezinssituatie, waaronder het huwelijk in gemeenschap van goederen met een partner die ook onder een schuldsaneringsregeling viel, en de aanwezigheid van minderjarige kinderen, een uitzondering op deze afwijzingsgrond rechtvaardigen.
Het hof Amsterdam bevestigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro een dwingende weigeringsgrond bevat en dat geen van de uitzonderingen daarop van toepassing was. Het hof ging ook in op de door verzoeker aangehaalde verdragsbepalingen, maar vond dat deze geen aanleiding geven tot een andere uitleg van de wet.
De Hoge Raad overweegt dat het hof zijn oordeel omtrent de verdragsbepalingen niet nader hoefde toe te lichten omdat het hier om een rechtsoordeel gaat. Verder concludeert de Hoge Raad dat verzoeker toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de eerdere schuldsaneringsregeling. De wederzijdse aansprakelijkheid voor schulden volgt uit het huwelijk in gemeenschap van goederen, en het opheffen daarvan is niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op verdragsbepalingen faalt omdat niet is aangetoond dat deze een afwijkende uitleg van de wet vereisen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen vanwege eerdere toerekenbare tekortkoming en het ontbreken van uitzonderingen.