ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03789
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 407 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad wijst cassatieberoep af wegens onbegrijpelijke middelen in onrechtmatige daad zaak

In deze civiele procedure heeft eiser tijdig cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2010. Het geschil betreft een onrechtmatige daad waarbij de ontvanger beslag legde op geld en dit niet terugbetaalde.

De Procureur-Generaal concludeert dat de middelen van het cassatieberoep grotendeels onbegrijpelijk zijn en niet voldoen aan de vereisten van artikel 407 lid 2 Rv Pro. Met name wordt opgemerkt dat middel 1, evenals de meeste andere middelen, niet voldoet aan de eisen. Ook middel 4 is onduidelijk en bevat geen verwijzing naar relevante stukken, waardoor het niet ontvankelijk is.

Gezien de onbegrijpelijkheid van de middelen wordt aanbevolen het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Mocht het beroep toch ontvankelijk worden verklaard, dan dient het alsnog te worden verworpen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbegrijpelijke middelen.

Conclusie

10/03789
mr J. Spier
Zitting 15 april 2011 (bij vervroeging)
Verkorte conclusie inzake
[Eiser]
tegen
Ontvanger der Rijksbelastingen
1. [Eiser] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2010.
2. Middel 1 is onbegrijpelijk en voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro. Datzelfde geldt voor de middelen 2, 3 en goeddeels 5.
3. Ook aan middel 4 is geen touw vast te knopen. Nog daargelaten dat niet wordt aangegeven waar de brief van 16 februari 2007 zou zijn te vinden zodat ook deze klacht niet aan de eisen der wet voldoet, ambtshalve onderzoek wijst uit dat deze aan de inleidende dagvaarding geniete brief niet vermeldt op welke aanslagen deze betrekking heeft; zie ook de eveneens aangeniete brief van 2 oktober 2007. Middel 5 miskent dat eveneens; het ziet er bovendien aan voorbij dat dit een feitelijk oordeel.
4. Gezien het hoge gehalte van onbegrijpelijkheid zou mijn voorkeur hebben [eiser] niet in zijn cassatieberoep te ontvangen. Aan gerede twijfel is immers onderhevig of de cassatiedagvaarding wel een "middel" bevat zoals art. 407 lid 2 Rv Pro vereist. Ware hij ontvankelijk, dan moet het worden verworpen.
Conclusie
Aan de klachten is slot noch zin toe te kennen zodat [eiser] niet in zijn beroep kan worden ontvangen. Mocht hij desondanks ontvankelijk zijn dan wordt tot verwerping geconcludeerd met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal