ECLI:NL:PHR:2011:BQ8092
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en procedure bij verificatie van vorderingen in faillissement met lopend hoger beroep
In deze cassatieprocedure staat centraal de vraag of en hoe een vordering van een curator ter verificatie kan worden betwist indien tegen die vordering al een procedure aanhangig is bij faillietverklaring. De curator had een aansprakelijkheidsvordering ingesteld tegen de bestuurder van een failliete vennootschap en deze procedure liep bij de rechtbank. Na faillietverklaring werd de vordering ter verificatie aangemeld in het faillissement van de bestuurder, waarbij de Beleggingsmaatschappij de vordering betwistte.
De rechter-commissaris verwees het geschil naar het hof, waarbij de curator hoger beroep instelde tegen deze verwijzing. De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van de rechter-commissaris geen beschikking is in de zin van art. 67 lid 1 Fw Pro, zodat tegen deze verwijzing geen hoger beroep openstaat, maar wel cassatie. De curator is ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
De Hoge Raad bespreekt verder de toepassing van art. 26, 29 en 30 Fw. Art. 26 Fw Pro vereist dat vorderingen ter verificatie worden aangemeld, ook indien de vordering al aanhangig was bij faillietverklaring. Art. 29 Fw Pro regelt de schorsing van aanhangige procedures, maar is niet van toepassing als de procedure al in een beslissende fase is (art. 30 Fw Pro). Een onherroepelijke uitspraak bindt de boedel, maar de vordering moet alsnog ter verificatie worden aangemeld. Indien de vordering wordt betwist, dient de rechter-commissaris te verwijzen naar een renvooiprocedure. In dit geval is het geschil al aanhangig bij het hof en kan de procedure daar worden voortgezet zonder risico op tegenstrijdige uitspraken.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de curator en de schuldeisers hun rechten kunnen uitoefenen binnen het faillissementsproces, waarbij de wettelijke regels omtrent verificatie en betwisting van vorderingen strikt moeten worden nageleefd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de verwijzing door de rechter-commissaris naar het hof rechtsgeldig is.