ECLI:NL:PHR:2011:BQ8105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling van ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en verrekening belastingaanslag 2001
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2003 gescheiden. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vindt plaats met peildatum 1 januari 2002. Een geschilpunt betreft een belastingaanslag over 2001 die aan de man is opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de aanslag van €13.352,- door de man is voldaan en dat de vrouw de helft daarvan aan hem moet betalen.
De vrouw ging in hoger beroep, maar het hof verklaarde haar in een deel niet-ontvankelijk en bekrachtigde het eindvonnis. De vrouw stelde dat de aanslag was teruggebracht tot nihil door een brief van de belastingdienst uit 2007, waarin een vermindering van de aanslag werd gemeld vanwege een verliesrekening uit 2004. Het hof verwierp deze stelling omdat de brief niet was ingebracht ter onderbouwing van die claim en omdat de verrekening een achterwaartse verrekening betrof.
De Hoge Raad bevestigt dat de aanslag binnen de gemeenschap valt en tussen partijen verrekend moet worden. De verrekening van de aanslag met een later verlies uit 2004 betekent dat de schuld ten laste van het eigen vermogen van de man is voldaan, zodat de vrouw haar deel moet betalen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de belastingaanslag over 2001 verrekend moet worden binnen de huwelijksgoederengemeenschap en wijst het cassatieberoep af.